Lexicon
38 termen, niet op alfabet maar per onderwerp. Wie weet in welk deel van de klok een term thuishoort, onthoudt de betekenis beter.
Aandrijving
| Gewichtklok | Klok die kracht haalt uit een dalend gewicht. Levert de hele looptijd dezelfde kracht, maar vraagt valruimte onder de klok. |
|---|---|
| Veerwerk | Aandrijving met een opgerolde stalen veer in een veerhuis. Maakt een klok verplaatsbaar, maar de kracht neemt af naarmate de veer afloopt. |
| Snek | Kegelvormige schijf met een darm of ketting eromheen, die de afnemende veerkracht gelijkmatig maakt. |
| Stopwerk | Mechanisme dat voorkomt dat een veer helemaal wordt opgewonden of helemaal afloopt. |
| Gangreserve | Hoeveel tijd een klok nog vooruit kan zonder dat er wordt opgewonden. |
| Kettingrad | Rad met tanden die in de schakels van een ketting grijpen, gebruikelijk bij koekoeksklokken. |
Gang en regeling
| Echappement | Het onderdeel dat het laatste rad om beurten vasthoudt en loslaat. Zonder dit deel loopt een klok in seconden leeg. |
|---|---|
| Spillegang | Oudere gang met een verticale spil en een korte slinger, herkenbaar aan de snelle tik. |
| Ankergang | Gang waarbij een ankervormig deel het gangrad bedient. In gebruik vanaf circa 1670, met een uitslag van vier tot zes graden. |
| Secondeslinger | Slinger met een halve zwaai van precies een seconde; komt uit rond 99,4 centimeter, met een kleine afwijking per plaats op aarde. |
| Slingerlens | De schijf onder aan de slinger. De moer eronder verstelt de lengte en daarmee de gang. |
| Ophangveer | Smal stalen bandje dat de slinger draagt. Gaat stuk zodra de slinger onderweg vrij spel krijgt. |
| Torsieslinger | Schijf met gewichten aan een dunne veer, die om zijn as draait in plaats van te zwaaien. |
Slagwerk
| Sluitschijf | Telsysteem met een schijf met inkepingen. Weet niet hoe laat het is en blijft verkeerd slaan tot de reeks weer klopt. |
|---|---|
| Telrad | Telsysteem dat de werkelijke stand van de wijzers afleest en zichzelf corrigeert. |
| Bimbam | Slag met twee tonen, kort, gangbaar op Duitse en Nederlandse huiskamerklokken. |
| Westminster | Kwartierslag met een oplopende reeks tonen, in 1793 geschreven voor een kerkklok in Cambridge. |
| Repetitie | Inrichting waarmee de slag op afroep opnieuw klinkt, doorgaans bediend met een koordje. |
| Herhalingsslag | Comtoise-eigenschap waarbij dezelfde reeks een paar minuten later opnieuw klinkt, zodat het uur alsnog te tellen valt. |
| Glazen | Telling aan boord van een schip. Per wacht van vier uur loopt de telling op tot acht glazen. |
Kast en versiering
| Bahnhausle | Kastmodel dat een huisje langs het spoor nabootst; kwam voort uit de wedstrijd die Furtwangen in 1850 uitschreef. |
|---|---|
| Broodblik | Metalen huls die het comtoisewerk afdekt; de vorm gaf hem zijn naam. |
| Fret | Opengewerkt messing ornament boven of naast de plaat van Zaans en Fries werk, ook belhek geheten. |
| Stolp | Kap van glas die over een klok wordt gezet, in de eerste plaats tegen stof in het open werk. |
| Staart | Verlengstuk onder de kast van een Friese klok, waarin de slinger hangt. |
| Laterndluhr | Weense regulateur met een driedelige kast en beglazing aan drie zijden. |
| Dachluhr | Soberder Weense regulateur vanaf circa 1830. De term is later door verzamelaars bedacht. |
Werk en onderdelen
| Platine | Draagplaat van messing of ijzer; twee ervan sluiten het raderwerk tussen zich in. |
|---|---|
| Tap | Versmald aseinde dat in een boring in de plaat loopt. De plek waar slijtage het eerst zichtbaar wordt. |
| Wijzerwerk | Kleine overbrenging vlak achter de plaat, die de uurwijzer twaalf keer trager laat lopen dan de minuutwijzer. |
| Gangrad | Het rad waarop het echappement ingrijpt; het sluit de raderketen af. |
| Revisie | Volledige beurt waarbij het werk uit elkaar gaat, wordt gereinigd, hersteld en opnieuw gesmeerd. |
| Samengestelde klok | Klok waarvan het uurwerk en de kast niet oorspronkelijk bij elkaar horen. |
Elektronisch
| Quartzwerk | Uurwerk dat de tijd afleidt uit de trilling van een kristal, meestal 32768 hertz. |
|---|---|
| Stille loop | Kwartswerk dat de secondewijzer in kleine stapjes verplaatst, zonder hoorbare tik. |
| DCF77 | Tijdsignaal op 77,5 kilohertz vanuit Mainflingen, gestuurd door de PTB in Braunschweig. |
| Moederklok | Hoofdklok die per minuut een stroomstoot naar de aangesloten wijzerplaten stuurt, zodat die samen oplopen. |
| Synchroonmotor | Motor die de frequentie van het lichtnet volgt, gebruikt in netstroomklokken. |