Tijdperken
Een klok laat zich vaak binnen een halve eeuw dateren, aan de kastvorm, de wijzerplaat en de manier waarop het werk is opgebouwd.
Vijf periodes staan hieronder, elk met de techniek die er opkwam en het beeld dat erbij hoorde. De grenzen zijn niet hard: streekambachten liepen decennia achter op wat elders al gebruikelijk was.
- 01Barok en de vroege slingerDe slinger komt binnen en verandert alles wat erna gebouwd wordt1650 tot 1750
- 02Empire en biedermeierTwee tegenpolen: de pendule als pronkstuk, de regulateur als instrument1800 tot 1850
- 03Victoriaanse periodeVertoon en fabriekswerk tegelijk, en de klok die zijn eigen binnenwerk laat zien1837 tot 1901
- 04Art deco en het interbellumRechte lijnen aan de buitenkant, twee stille omwentelingen aan de binnenkant1920 tot 1940
- 05Na 1945De klok raakt zijn monopolie op de tijd kwijt en wordt daarmee vooral een keuze1945 tot nu
Wat er per periode veranderde
| Periode | Techniek die opkwam | Beeld |
|---|---|---|
| 1650 tot 1750 | Slinger en ankergang | Gedraaid hout, messing beslag |
| 1800 tot 1850 | Langere slingers, betere gangregeling | Marmer, verguld brons, fineer |
| 1837 tot 1901 | Serieproductie met uitwisselbare delen | Zichtbaar raderwerk, zwaar profiel |
| 1920 tot 1940 | Kwarts in het laboratorium, Atmos | Geometrie, chroom, gemarmerd steen |
| Na 1945 | Kwarts in huis, radiografie | Vormgeving voorop, uurwerk uitwisselbaar |