Barok en de vroege slinger
De slinger komt binnen en verandert alles wat erna gebouwd wordt
- Slingeruurwerk1656
- Ankergangcirca 1670
- Minuutwijzer standaardcirca 1680 tot 1690
- KenmerkGedraaid houtwerk, messing beslag
Een uitvinding en de gevolgen
Op 25 december 1656 ontwierp Christiaan Huygens het slingeruurwerk. De uitvoering lag bij Salomon Coster in Den Haag en de beschrijving verscheen in 1658 in Horologium. Voor die tijd liepen huisklokken zo onnauwkeurig dat een minuutwijzer geen zin had.
Ruim tien jaar later kwam de ankergang in gebruik, gangbaar toegeschreven aan William Clement rond 1670. Daarmee kon de uitslag van de slinger terug van tachtig tot honderd graden naar vier tot zes graden, en kon de slinger lang en zwaar worden. Rond 1680 tot 1690 werd de minuutwijzer standaard.
Wat er in die eeuw ontstond
| Streek | Wat er verscheen | Periode |
|---|---|---|
| Zaanstreek | Zaanse klok met gedraaide kolommen | vanaf circa 1675 |
| Friesland | Stoelklok op een beschilderde console | vanaf circa 1670 |
| Engeland | Longcase clock met secondeslinger | vanaf circa 1670 |
| Franse Jura | Comtoise met ijzeren kooiwerk | vanaf circa 1680 |
Dat die vier vormen zo kort na elkaar ontstonden, is geen toeval. Een techniek die het uurwerk bruikbaar maakte voor dagelijks gebruik, vroeg overal om een kast die daarbij paste. Wat verschilde was het materiaal en de smaak van de streek.
Hoe het eruitzag
- Gedraaide kolommen, gezaagde topgevels en zware profiellijsten.
- Gegoten messing sierstukken, in Nederland fretten of belhekken genoemd.
- Beschilderde wijzerplaten met bloemmotieven of bijbelse voorstellingen.
- Kasten in donker hout of beschilderd, met imitatiehout als gangbare afwerking.