Na 1945
De klok raakt zijn monopolie op de tijd kwijt en wordt daarmee vooral een keuze
- Zwitserse stationsklok1944
- Rode secondewijzer1953
- Seiko Astron25 december 1969
- DCF77 met tijdcode5 juni 1973
Vormgeving als uitgangspunt
Na de oorlog werd de klok een ontwerpobject. Het uurwerk was betaalbaar en betrouwbaar geworden, waardoor de kast, de wijzers en de wijzerplaat het verschil gingen maken. De Zwitserse stationsklok van Hans Hilfiker uit 1944 staat aan het begin van die lijn: alles wat afleidt is weggelaten, en wat overblijft werkt.
In de decennia daarna volgden wandklokken van gebogen hout, geperst kunststof, geanodiseerd aluminium en later beton en vilt. Wat ze delen is dat het uurwerk erin uitwisselbaar is.
Quartz wordt gewoon
Op 25 december 1969 bracht Seiko de Astron uit, het eerste kwartspolshorloge in de handel. Binnen een decennium daarna was het kwartswerk ook in klokken de standaard. De trillingsfrequentie van 32768 hertz die daarbij gangbaar werd, is twee tot de macht vijftien, wat de deling naar een puls per seconde eenvoudig maakt.
Tijd uit de lucht
Vanaf 5 juni 1973 zendt DCF77 bij Mainflingen gecodeerde tijdinformatie uit, gestuurd door de atoomklokken van de Physikalisch-Technische Bundesanstalt in Braunschweig. Klokken met een ontvanger zetten zichzelf daarop gelijk, inclusief de overgang naar zomer- en wintertijd.
Daarmee verdween de laatste reden om een huisklok handmatig te ijken. Wat overbleef, is de keuze: een klok die zichzelf bijhoudt, of een klok die wekelijks opgewonden moet worden en daarom aandacht vraagt.
Twee bewegingen tegelijk
In het huidige aanbod staan strakke kwartsklokken naast mechanische klokken die juist onderhoud vragen. Dat is geen tegenstelling: het zijn twee verschillende redenen om een klok te hebben.