Naar de inhoud
KlokkenbeursNaslag over klokken
Menu

Techniek

Veerwerk

Een veer maakt een klok verplaatsbaar, maar levert niet de hele looptijd dezelfde kracht

  • VoordeelGeen valruimte nodig
  • NadeelKracht neemt af
  • CorrectieSnek of gaande veerhuis
  • Gebruikt bijPendule, tafelklok, wekker, skeletklok

Wat een veer anders maakt

Een spiraalveer in een veerhuis levert kracht doordat hij zich wil ontspannen. Dat maakt een klok verplaatsbaar: er hoeft niets te dalen, dus de klok kan op een tafel staan of in een kleine kast zitten.

Het probleem is dat de kracht niet constant is. Een volle veer duwt harder dan een die bijna is afgelopen. Bij een klok met slinger valt dat mee, omdat de slinger zelf het ritme bepaalt, maar bij fijnere werken is correctie nodig.

Snek en stopwerk

De klassieke oplossing is de snek: een kegelvormige schijf waar een darm of kettinkje omheen loopt. Bij een volle veer grijpt de ketting aan op de smalle kant van de kegel, bij een afgelopen veer op de brede. Daarmee wordt de wisselende kracht omgezet in een gelijkmatige.

Een tweede voorziening is het stopwerk, dat voorkomt dat de veer helemaal wordt opgewonden of helemaal afloopt. Alleen het middelste, gelijkmatigste deel van de veerslag wordt dan gebruikt.

Opwinden

Veerklokken worden opgewonden met een sleutel op een vierkant asje, meestal door gaten in de wijzerplaat. Elk gat hoort bij een eigen veer: gangwerk, uurslag en eventueel melodie. Een gezonde veer loopt vast wanneer hij vol is; doordraaien op dat punt is de bekendste oorzaak van een breuk.

Zwaar opwinden is een signaal

Wanneer opwinden merkbaar zwaarder gaat dan vroeger, zit er weerstand in het werk: verharde olie of slijtage in de tappen. Doorgaan versnelt de schade.

Elders op klokkenbeurs.nl