Friesland
Beschilderd hout, gegoten lood en een ambacht dat in 1925 ophield
- LandNederland
- KernplaatsenJoure en Sneek
- Eerste typeStoelklok, circa 1670
- Einde1925
In Friesland ontstond een klokkentraditie die niets met precisie te maken had en alles met aanzien: kleur, lood, verguldsel en geluid.
Drie vormen na elkaar
| Type | Periode | Waaraan te zien |
|---|---|---|
| Stoelklok | vanaf circa 1670 | Werk staat open en bloot op een geschilderde console |
| Staartklok | laatste kwart 18e eeuw | Dichte kast met daaronder een koker voor de slinger |
| Schippertje | 18e en 19e eeuw | Bescheiden maat, slinger kort en niet verstelbaar |
Omstreeks 1670 duikt in Friesland de eerste eigen vorm op, met Gronings en Zaans werk als voorbeeld. Het uurwerk rust daarbij open en bloot op een geschilderde console met vier poten. Om de plaat en op de kap zit gietwerk van lood, met engelenkopjes, leeuwen en zeemeerminnen als vaste motieven. Het snelle geluid komt van de spil met korte slinger. Vrijwel elk exemplaar heeft naast de uurslag ook een wekfunctie.
Ergens in de laatste decennia van de achttiende eeuw verandert dat beeld: het werk verdwijnt achter kastwerk, met daaronder een koker waarin een langere slinger past en een ovaal ruitje waardoor de lens te volgen is. Vanaf grofweg 1825 verdringt het anker de spil, waarmee de slinger nog langer kon worden en de gang aanzienlijk bedaarde.
Joure en Sneek
Tussen 1720 en 1770 stond het vak op zijn hoogtepunt, met werkplaatsen die zich rond Sneek en Joure verzamelden. Voor het jaar 1857 wordt de productie in Joure geschat op zo'n vierduizend stuks. Daarna kwamen de fabrieksklokken uit Duitsland, en die verdrongen het handwerk binnen enkele decennia. In 1925 viel het doek voor de laatste werkplaats.
Het schippertje
Het schippertje is het kleine broertje: hetzelfde soort uurwerk, maar in een bescheiden maat en met een slinger die kort blijft. Draagt zo'n klok een staart, dan zit die er alleen voor het oog. Soms hangt de slinger niet achter maar naast het uurwerk, wat scheefstand minder erg maakt. In de vakliteratuur wordt dat aangedragen als mogelijke bron van de naam, met de kanttekening dat het niet meer dan een veronderstelling is.
Lood laat zich niet poetsen
De loden ornamenten van een Friese klok zijn zacht en reageren op vocht. Poetsmiddel tast de oude laag aan, en dat is onomkeerbaar. In verzamelkringen blijft lood dof.