Zaanstreek
Gedraaide kolommen, messing fretten en een slinger in de achterplaat
- LandNederland
- Bloeitijdcirca 1675 tot 1750
- DeviesNu Elck Syn Sin
- Gedateerd voorbeeld1678
Twintig jaar nadat Huygens de slinger aan het uurwerk toevoegde, hing er in de Zaanstreek al een klok die daarop gebouwd was.
Techniek van elders, vorm van hier
Christiaan Huygens ontwierp het slingeruurwerk op 25 december 1656; de uitvoering lag bij Salomon Coster in Den Haag en de beschrijving verscheen in 1658. In de Zaanstreek werd die techniek snel opgepakt en in een eigen vormtaal gegoten. Van Kornelis Michielsz. Volger is een exemplaar bewaard dat het jaartal 1678 draagt.
De bloeitijd ligt tussen ongeveer 1675 en 1750, met een ruimere productieperiode van circa 1650 tot 1820. Uit de negentiende en twintigste eeuw komen replica's, wat de datering van losse exemplaren lastig maakt.
Waaraan de klok te herkennen is
- Kolommen op de hoeken, gedraaid op de draaibank, met de barok als voorbeeld.
- Boven de wijzerplaat een gevelstuk waarin figuren zijn uitgezaagd.
- Sierstukken van gegoten messing, in de streek fret of belhek genoemd, dikwijls met de spreuk Nu Elck Syn Sin.
- Afdekkapjes links en rechts, die het uurwerk uit het zicht houden.
- Achter het werk een uitsparing in de plank, peervormig, waarin de korte slinger ruimte heeft.
- Raderen die met de figuurzaag zijn uitgesneden, met spaken in de vorm van een hart of een vork.
Hoe hij hangt
Het geheel rust op een plank aan de wand in plaats van aan een haak. Langs die plank lopen de koorden met de gewichten naar beneden, wat betekent dat de wand eronder leeg moet blijven over de volle looptijd. Een slagwerk en een wekker zaten er standaard in.
Replica of origineel
Het duidelijkste onderscheid zit in de raderen. Handmatig uitgezaagd werk is nooit volmaakt symmetrisch; machinaal werk wel.