Moederklok of radiografisch: gelijke tijd in een gebouw
Losse klokken lopen elk een beetje anders. Na een maand staat de ene een minuut voor en de andere twee minuten achter. In een gebouw waar tijd gedeeld wordt, is dat een probleem.
Twee oplossingen
| Moederklok met impulsen | Radiografische klokken | |
|---|---|---|
| Werking | Een centrale klok stuurt elke minuut een puls | Elke klok ontvangt zelf het tijdsignaal |
| Bekabeling | Nodig naar elke klok | Geen |
| Zwakke plek | Uitval van de centrale klok of een kabel | Slechte ontvangst diep in een gebouw |
| Gedrag bij storing | Klokken blijven staan of lopen achter | Klok loopt door op eigen kwartswerk |
| Aanpassen | Ingrijpen op een plek | Per klok, indien nodig |
Waarom de wijzer verspringt
Bij een moederkloksysteem verspringt de minuutwijzer met een sprong in plaats van geleidelijk door te lopen. Dat is geen bijverschijnsel maar het hele principe: de klok wacht op de puls. De Zwitserse stationsklok maakt dat zichtbaar met de rode secondewijzer, die na ongeveer 58,5 seconden op de twaalf stilstaat en daar wacht tot de minuutimpuls binnenkomt.
Wat radiografie niet oplost
Een radiografische klok haalt de tijd uit het signaal van DCF77 bij Mainflingen, op 77,5 kilohertz, met een bereik van ongeveer tweeduizend kilometer. Dat werkt goed bij een raam en slecht diep in een gebouw met veel gewapend beton.
Het gevolg is dat klokken in een gebouw alsnog uit elkaar kunnen lopen: die bij het raam blijven gelijk, die in de kern vallen terug op hun eigen kwartswerk. Bij een moederkloksysteem gebeurt dat niet, omdat de puls via een kabel komt.
In webshops staan beide oplossingen onder bedrijfsklokken, inclusief dubbelzijdige uitvoeringen en klokken op netstroom, bijvoorbeeld bij https://www.klokkenconcurrent.nl/bedrijfsklok/ en https://www.klokkenshop.com/bedrijfsklokken/.
Redactie Klokkenbeurs